Contant geld thuis: dit is de limiet nu en zo veranderen de regels in 2026

Steeds meer Nederlanders stoppen anno tegenwoordig weer wat contant geld thuis weg. De reden is duidelijk: pinproblemen, zorgen over cybercriminaliteit en het groeiende besef dat digitaal betalen niet altijd vanzelfsprekend is. Maar hoe kijkt de Belastingdienst hiernaar, hoeveel cash mag je aanhouden en waar moet je op letten richting 2026?

Geen harde limiet in de wet, wel fiscale spelregels

In Nederland is er geen wettelijk maximum voor hoeveel contant geld je in huis mag bewaren. In theorie kun je dus zoveel biljetten en muntgeld aanhouden als je wilt. Fiscaal ligt het anders: contant geld telt mee als vermogen en valt in box 3.

Voor 2026 geldt een aparte vrijstelling voor contant geld:

  • Alleenstaanden hoeven tot €661 aan contanten niet te melden
  • Fiscale partners samen mogen het dubbele buiten beschouwing laten

Alles daarboven geef je op in je belastingaangifte. Of je ook echt belasting betaalt, hangt af van je totale vermogen. Pas als je boven de algemene vrijstelling van €59.357 per persoon komt, rekent de fiscus met een fictief rendement waarover 36% belasting wordt geheven.

Veel cash opnemen? De bank let op

Wie tegenwoordig grotere sommen contant wil opnemen, merkt dat banken limieten hanteren. Die verschillen per bank en per type rekening:

  • ABN AMRO: vaak tot €10.000 per dag mogelijk, met een limiet per opname
  • Rabobank: standaard lager; op verzoek tijdelijk te verhogen
  • ING: meestal een laag daglimiet; extra ruimte na melding

Die grenzen zijn er om diefstal te voorkomen en te voldoen aan anti-witwasregels. Banken moeten ongebruikelijke geldstromen in de gaten houden. Haal je regelmatig grote bedragen af of stort je veel cash, dan kan dat vragen oproepen. Met een duidelijke uitleg en bonnetjes is het doorgaans snel opgelost, al kan je rekening tijdelijk extra worden gemonitord.

Geld thuis bewaren kent risico’s

Contant geld in huis betekent dat je zelf verantwoordelijk bent voor de veiligheid. Bij brand, inbraak of waterschade ben je het vaak kwijt. De meeste inboedelverzekeringen vergoeden contant geld maar beperkt – vaak tussen €250 en €1.500, afhankelijk van je polis.

Een kluis kan helpen, maar verandert niets aan je fiscale plichten en biedt geen volledige zekerheid. Verzekeraars stellen bovendien eisen aan de plaatsing en verankering.

Waarom toch wat cash achter de hand?

Digitale betalingen zijn handig, maar kwetsbaar. Bij een landelijke storing of cyberincident werkt pinnen tijdelijk niet. Daarom is een kleine cashbuffer verstandig.

Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer raadt al jaren aan om een noodvoorraad contant geld aan te houden. Hun recente richtlijn:

  • €70 per volwassene
  • €30 per kind

Genoeg om de eerste 72 uur door te komen bij een storing of crisis. Ook nu en richting 2026 is dat een realistisch uitgangspunt.

Handige tips voor nu

  • Houd het bedrag bescheiden: genoeg voor een paar dagen basisuitgaven
  • Berg het slim op: niet op voor de hand liggende plekken en niet bij belangrijke documenten
  • Wees discreet: hoe minder mensen ervan weten, hoe beter
  • Noteer grotere opnames: handig als de bank of fiscus vragen heeft

Tot slot

Fiscaal is het simpel: alles boven de vrijstelling voor cash geef je op in box 3, en pas bij een hoger totaalvermogen betaal je belasting. Praktisch gezien zorgt een kleine noodvoorraad aan contant geld vooral voor rust, zonder onnodige risico’s. Grote sommen thuis aanhouden levert zelden extra zekerheid op. Kies wat past bij jouw situatie – nu én in 2026.