Sven (16) spreekt zich uit: pak asociale automobilisten aan, niet de fatbikes

Sven is 16 en pakt dagelijks zijn fatbike om naar school te gaan, te sporten en vrienden te zien. Toch heeft hij vaak het idee dat mensen hem aankijken alsof hij zelf het probleem is. ‘Zodra er iets gebeurt op straat, krijgt de fatbike meteen de schuld,’ zegt hij. Voor hem is de hele discussie totaal uit verhouding. ‘Het komt over alsof ieder verkeersprobleem ineens op ons wordt afgeschoven.’ Terwijl hij zelf gewoon volgens de regels rijdt, moet hij steeds opdraaien voor het gedrag van anderen.

Auto’s blijven buiten schot

Waar Sven zich het meest aan ergert, is dat automobilisten in het debat amper worden genoemd. ‘Iedereen doet alsof autorijders zich altijd voorbeeldig gedragen,’ zegt hij. Hij haalt voorbeelden aan die je dagelijks ziet: te hard door woonstraten, geen voorrang geven, achter het stuur op de telefoon kijken. ‘Dát is pas gevaarlijk,’ zegt hij. ‘Maar daar hoor je bijna niemand over.’ Volgens hem is het makkelijker om jongeren op fatbikes aan te wijzen dan volwassen bestuurders aan te spreken.

Wie bepaalt de ruimte op straat

Sven ervaart verkeer als een gevecht om plek. Auto’s hebben automatisch de overhand: groter, sneller en luider. Toch worden vooral fietsers, en al helemaal jonge fietsers, sneller op hun gedrag aangesproken. ‘Als een auto rakelings langs me zoeft, hoor ik niemand roepen dat dát asociaal is.’ Hij vindt het vreemd dat de verantwoordelijkheid zo vaak wordt neergelegd bij degene die het meest kwetsbaar is.

Niet elke fatbiker is hetzelfde

Sven geeft toe dat er jongeren zijn die zich misdragen op fatbikes. ‘Die zijn er, dat ontken ik niet.’ Maar iedereen over één kam scheren vindt hij onterecht. ‘Als één automobilist door rood knalt, zeggen we toch ook niet dat auto’s verboden moeten worden?’ Bij fatbikes gebeurt dat wel: ‘dan is het meteen een hype, een probleem, een gevaar.’

Media en de moraalpaniek

Volgens Sven hebben media veel invloed op het beeld dat mensen vormen. Incidenten met fatbikes krijgen volop aandacht, vaak zonder context. ‘Alsof elk ongeluk meteen bewijst dat fatbikes verkeerd zijn.’ Hij noemt dat moraalpaniek. ‘Het is makkelijker om een nieuw ding de schuld te geven dan naar het grotere plaatje te kijken.’ En dat grotere plaatje is volgens hem een verkeerscultuur waarin haast, ego en ongeduld normaal zijn geworden.

Jong en meteen verdacht

Sven merkt dat zijn leeftijd het allemaal versterkt. ‘Zit ik op een fatbike, dan ben ik dubbel de klos.’ Jongeren worden volgens hem sneller weggezet als onverantwoordelijk. ‘Volwassenen denken dat ze het beter weten, ook als ze zelf regels aan hun laars lappen.’ Dat frustreert: ‘je wordt niet echt serieus genomen.’ Liever ziet hij een normaal gesprek dan geroep vanaf de stoep of boze berichten online.

Dezelfde regels voor iedereen

Sven vraagt geen vrijbrief voor fatbikes, maar gelijke behandeling. ‘Regels moeten voor iedereen gelden.’ Of je nu 16 bent op een fatbike of 45 in een auto. Handhaving, voorlichting en verantwoordelijkheid zouden volgens hem niet selectief moeten zijn. ‘Kijk naar gedrag, niet naar het voertuig.’

Aan het einde van het gesprek stelt Sven een vraag die volgens hem te weinig wordt gesteld: zijn fatbikes echt het grootste probleem op de weg, of kijken we liever weg van asociaal autogedrag omdat het ongemakkelijk is om dat te benoemen?