Wereldwijd wordt gerekend op een bijzonder felle El Niño. In stukken van de Stille Oceaan is het zeewater nu veel warmer dan gebruikelijk en op basis van de beschikbare berichten kan dit zelfs de krachtigste worden sinds de start van de metingen in 1950.
Dat lijkt iets wat zich ver van Nederland afspeelt. Toch kun je er hier ook wat van merken. Niet per se omdat ons weer totaal op z’n kop gaat, maar bijvoorbeeld via voedselprijzen en de wereldhandel.
Wat is El Niño precies?
El Niño is een patroon in de natuur waarbij het zeeoppervlak in het tropische deel van de Stille Oceaan tijdelijk opvallend warmer is dan normaal.
Klinkt onschuldig, maar de Stille Oceaan is enorm. Een paar graden verschil kan luchtstromen, regen en temperaturen in grote delen van de wereld opschudden.
Gemiddeld duikt El Niño elke twee tot zeven jaar op, afgewisseld door neutrale fases en La Niña, wanneer datzelfde oceaangebied juist relatief koel is.
Deze El Niño lijkt uitzonderlijk krachtig te worden
In het kerngebied liggen de huidige zeewatertemperaturen al zo’n 3 graden boven het gemiddelde.
Bij een afwijking van 0,5 graad spreek je al van El Niño; boven de 2 graden heb je het over een sterke episode.
Houdt deze trend aan, dan kan deze El Niño, volgens de verwachtingen, alle varianten sinds 1950 overtreffen.
Het fenomeen zette in juni in en kan tot in de lente van 2027 aanhouden.
Sommige landen droger, andere juist kletsnat
Een opvallend kenmerk van El Niño: de effecten verschillen sterk per regio.
In Indonesië laaiden grote natuurbranden op en ook Australië rekent door de droogte op een groter risico op bosbranden.
Tegelijkertijd kunnen landen als Peru en Ecuador juist veel meer neerslag krijgen, met een grotere kans op overstromingen.
Ook in Afrika lopen de effecten uiteen: het zuiden kan met droogte kampen, terwijl delen van Oost‑Afrika juist beduidend natter kunnen worden.
De oceanen krijgen het stevig te verduren
Het zijn niet alleen mensen die het merken. Extra warm zeewater kan mariene hittegolven versterken.
Dat is slecht nieuws voor kwetsbare ecosystemen. Koraal kan verbleken en afsterven als het water te lang te warm blijft. Ook vissen en andere zeedieren hebben moeite met plotselinge veranderingen.
Wat onder water misgaat, werkt door naar boven: visserij en voedselvoorziening kunnen daar last van krijgen.

Wat je er in Nederland van kunt merken
Voor Nederland zijn de directe weersinvloeden veel minder scherp dan in de tropen.
Er is een kans dat we bijvoorbeeld een natter voorjaar pakken, maar zulke verbanden zijn geen garantie voor het weer dat je hier echt krijgt.
De indirecte effecten kunnen uiteindelijk zwaarder wegen.
Mislukken oogsten in grote landbouwregio’s door extreme droogte of juist hoosregen, dan krimpt het aanbod van bepaalde producten en dat kan de prijzen opstuwen.
Boodschappen kunnen duurder uitvallen
In delen van Azië komt de productie van onder meer suiker en palmolie onder druk te staan.
Extreem weer kan ook knelpunten veroorzaken op internationale handelsroutes. Droogte rond het Panamakanaal beperkt bijvoorbeeld het aantal schepen dat erdoor kan.
Daalt de productie en wordt transport duurder of lastiger, dan merk je dat uiteindelijk ook in Europese winkels.
Dat wil niet zeggen dat El Niño automatisch voor forse prijsstijgingen in Nederlandse supermarkten zorgt. Er spelen veel meer factoren mee. Maar het is wel een route waarlangs zo’n natuurverschijnsel aan de andere kant van de wereld je portemonnee kan raken.
Kans op nieuwe temperatuurrecords
El Niño ontstaat niet door klimaatverandering; het is een natuurlijk, terugkerend patroon.
Deze El Niño speelt zich wel af op een al flink opgewarmde aarde. Bovendien kan een sterke El Niño tijdelijk ongeveer 0,1 tot 0,2 graden optellen bij de gemiddelde wereldtemperatuur doordat warmte uit de oceaan de atmosfeer in stroomt.
Wereldwijde temperatuurrecords vallen daarom vaak samen met, of kort na, krachtige El Niño‑jaren.
Hoe extreem deze El Niño uiteindelijk wordt, wordt in de komende maanden duidelijker.
Met uitzonderlijk warm oceaanwater als vertrekpunt kijken meteorologen en klimaatwetenschappers wereldwijd met grote belangstelling naar wat er nu op stapel staat.



