Johan is 42, werkt voltijds en verdient ongeveer modaal. Toch krijgt hij elk jaar weer hetzelfde gevoel als hij in januari zijn eerste loonstrook opent. “Er blijft telkens minder over,” zegt hij. Niet omdat hij minder uren draait, maar omdat belastingen, premies en heffingen weer zijn bijgesteld. “Het klinkt als een kleine aanpassing, maar bij elkaar merk je het elke maand.” Volgens Johan zit het probleem niet in één specifieke heffing, maar in het patroon. “Het gaat bijna altijd dezelfde kant op.”
Stapel op stapel, zonder debat
Wat Johan irriteert, is hoe normaal belastingverhogingen zijn geworden. Accijnzen, gemeentelijke lasten, energiebelasting, zorgpremies: alles kruipt gestaag omhoog. “Het wordt verkocht als noodzakelijk,” zegt hij. “Voor klimaat, zorg, veiligheid, noem maar op.” Maar de vraag of de rek er niet uit is, hoor je volgens hem nauwelijks. “We praten eindeloos over waar het geld naartoe moet, maar zelden over hoeveel je nog bij dezelfde groep kunt ophalen.”
Steeds dezelfde die betaalt
Johan ziet zichzelf als deel van de grote stille middenmoot. Niet arm genoeg voor toeslagen, niet rijk genoeg om te schipperen. “Wij dokken voor alles,” zegt hij. Daardoor voelt extra uren maken of promotie pakken minder aantrekkelijk. “Elke euro extra wordt meteen afgeroomd.” Dat afremmende effect vindt hij riskant. “Je zegt dat je inzet wilt belonen, maar intussen gebeurt het tegenovergestelde.”
Belasten als automatische reactie
Volgens Johan grijpt de politiek te snel naar hogere belastingen. “Er is een probleem, dus er moet geld bij.” Snijden, efficiënter werken of echte keuzes maken voelt lastiger dan een tarief verhogen. “Het blijft uit zicht,” zegt hij. “Je krijgt geen directe rekening, maar je merkt het wel.” Daardoor, denkt hij, ontbreekt het publieke gesprek. “Als je elk jaar een factuur kreeg met ‘dit betaal je extra’, dan zou iedereen opschrikken.”

Van solidariteit naar moeheid
Johan benadrukt dat hij niet tegen belasting betalen is. “Ik snap solidariteit,” zegt hij. “Zorg, onderwijs, infrastructuur, dat moet ergens van betaald worden.” Wat verandert, is het gevoel erbij. “Het voelt niet meer als samen dragen, maar als steeds opnieuw bijstorten.” Die vermoeidheid hoort hij ook om zich heen, bij vrienden en collega’s. “Mensen halen hun schouders op. Het zal wel weer.”
Geen zicht op een einde
Wat hem misschien nog het meest frustreert, is het ontbreken van perspectief. “Wanneer is het genoeg?” vraagt hij zich af. Belastingen gaan omhoog in crisistijd, maar dalen zelden als het beter gaat. “Tijdelijk wordt permanent.” Dat knaagt aan het vertrouwen. “Als je weet dat het alleen maar meer wordt, waarom zou je dan geloven dat het systeem eerlijk is?”
De vraag die bijna niemand stelt
Johan weet dat dit snel klinkt als klagen. Toch vindt hij de vraag terecht. “Iets wordt ‘normaal’ als je het blijft accepteren zonder het nog te bevragen.” Precies dat ziet hij bij belastingen gebeuren. Zijn slotvraag aan jou: vinden we het echt logisch dat de lasten bijna elk jaar stijgen, of zijn we simpelweg gewend geraakt aan iets waar we nooit bewust voor hebben gekozen?



