Wat voor de meeste mensen inmiddels heel gewoon is, voelt voor de 73-jarige Anne als weer zo’n teken dat ouderen er niet meer bij horen. Ze ging afgelopen weekend met een kennis wat eten en verwachtte niets geks: een tafeltje, een menukaart, iemand die vraagt wat je wilt drinken. Maar die vanzelfsprekendheid lijkt verdwenen.
“Er lag helemaal niks op tafel,” vertelt Anne. “Geen kaart, geen papier. Alleen zo’n zwart-wit blokje. Ik had geen idee wat het moest zijn.”
Dat blokje bleek een QR-code. De serveerster wees erop en zei dat je via je telefoon de menukaart kon openen. Daar liep het spaak. Anne heeft geen smartphone, en ze wil er ook geen.
“Ik ben 73; ik ga toch niet met een schermpje aan tafel zitten om een soepje te bestellen.”
Zonder mobiel lijk je niet meer mee te doen
Volgens Anne worden ouderen steeds vaker aan de zijlijn gezet. Niet expres misschien, maar het effect is hetzelfde. “Er zijn veel mensen van mijn leeftijd die geen smartphone hebben. Of wel eentje, maar geen idee hebben hoe je dit moet doen. Toch wordt er gedaan alsof iedereen dat zomaar kan.”
Geen telefoon betekent geen menu. Zonder menu kun je niet bestellen. En zonder bestelling geen eten. “Het is eigenlijk heel simpel: als je niet digitaal mee kunt, val je buiten de boot.”
Ze benadrukt dat het niet om onwil gaat. “Ik heb mijn hele leven gewerkt. Ik heb me altijd aangepast. Maar nu lijkt alles via schermen en codes te moeten. Zelfs zoiets eenvoudigs als uit eten gaan.”

Alles moet snel en digitaal
Restaurants vinden QR-codes handig. Geen losse kaarten meer. Altijd actueel. Minder personeel nodig. Maar volgens Anne is dat precies waar het misgaat.
“De menselijkheid verdwijnt. Niemand komt nog even vragen hoe het met je gaat. Je zit eerst minutenlang naar een scherm te turen. Dat is toch geen gezelligheid.”
Ze ziet het overal terug: bij de bank, bij de dokter, in het openbaar vervoer. “En nu dus ook in het restaurant. Alsof een telefoon belangrijker is dan een mens.”
Alsof je een last bent
Wat Anne het meest raakte, was de reactie toen ze zei dat ze geen telefoon had. “Er werd gezegd dat iemand anders aan tafel het dan wel kon doen. Alsof ik de boel ophield. Alsof ik degene was die moeilijk deed.”
Ze voelde zich niet welkom en niet gezien. “Ik ben toen gewoon weggegaan. Ik had geen zin om me te verontschuldigen omdat ik geen smartphone heb.”
Gewoon weer normaal
Anne vraagt geen revolutie. Ze wil geen technologie verbieden. Ze wil alleen keuze. “Leg een paar menukaarten neer. Of laat de serveerster gewoon de bestelling opnemen. Dat is niet ouderwets, dat is gewoon normaal.”
Ze wordt even stil en zegt dan: “Ik wil geen QR-code. Geen scan. Geen gedoe. Ik wil gewoon zeggen wat ik wil eten. En dat iemand dat opschrijft. Met een pen. Op papier.”
Misschien is dat geen nostalgie, maar gewoon menselijkheid.



