Hans (41) is er klaar mee: krijgen witte mannen nog wel respect van liberale vrouwen?

Op sociale media gaat het gesprek over mannen, vrouwen, herkomst en kansen maar door. De 41-jarige Hans vindt dat er de laatste jaren vooral één groep wel erg makkelijk wordt neergezet als doelwit: de witte man.

Hans zegt dat hij zichzelf geen slachtoffer vindt. Toch stoort het hem dat er volgens hem steeds negatiever over witte mannen wordt gesproken. Vooral progressieve en liberale vrouwen zouden soms vergeten hoeveel generaties mannen hebben bijgedragen aan het opbouwen van Nederland.

Die boodschap zal vast stof doen opwaaien.

‘Het lijkt wel alsof witte mannen zich nu overal voor moeten excuseren’

Volgens Hans valt het hem vooral op als hij door zijn tijdlijn scrolt. Begrippen als ‘het patriarchaat’, ‘male privilege’ en ‘witte mannen’ vliegen hem geregeld om de oren.

Daar kan hij slecht tegen.

“Soms voelt het alsof je je tegenwoordig haast moet excuseren omdat je een witte man bent,” zegt Hans. “Maar kijk eens naar de generaties vóór ons. Wie stonden er in de havens? Wie draaiden diensten in mijnen, fabrieken en op de bouw? Wie legden de wegen en het spoor aan?”

Dat perspectief hoor je volgens hem veel te weinig.

‘Zij hebben dit land opgetrokken’

Met die uitspraak bedoelt Hans nadrukkelijk niet dat alleen witte mannen Nederland hebben opgebouwd. Vrouwen én mensen met allerlei achtergronden leverden natuurlijk ook een belangrijke bijdrage.

Tegelijk vindt hij dat je best mag erkennen dat het zware fysieke werk historisch gezien vaak door mannen werd gedaan.

“Mijn opa sloopte zichzelf met zijn werk,” zegt Hans. “Die generatie mannen ging niet iedere avond naar huis om op sociale media te vertellen hoe zwaar ze het hadden. Ze stonden de volgende ochtend gewoon weer op en gingen verder.”

Precies daar zit zijn frustratie.

“Je hoeft witte mannen echt niet op een voetstuk te zetten. Maar een beetje waardering voor wat vorige generaties hebben neergezet, mag toch wel?”

Vooral liberale vrouwen moeten het ontgelden

Opvallend genoeg richt Hans zijn kritiek vooral op liberale vrouwen. Uit die hoek, zegt hij, hoort hij vaak kritiek op traditionele rolpatronen en de positie die mannen historisch innamen.

Dat vindt hij tegenstrijdig.

“Kritiek op hoe de samenleving vroeger was ingericht? Natuurlijk. Vrouwen hadden vroeger op allerlei gebieden minder vrijheid en rechten. Maar waarom moet het andere uiterste dan zijn dat mannen alleen nog worden neergezet als degenen die alleen maar hebben geprofiteerd?”

Volgens Hans was het leven voor veel gewone mannen allesbehalve makkelijk.

“Een arbeider die zestig uur per week draaide om zes monden te voeden, zat heus niet thuis te mijmeren over zijn privilege.”

Maar zijn stelling roept ook een stevige tegenwerping op

Critici zullen meteen op een zwakke plek in Hans’ redenering wijzen: Nederland is nooit uitsluitend door witte mannen opgebouwd.

Vrouwen verrichtten generaties lang betaald én onbetaald werk. Mensen met verschillende achtergronden droegen net zo goed bij. Zo hielpen vanaf de twintigste eeuw gastarbeiders mee in sectoren met grote personeelstekorten.

Bovendien geldt: waardering voor historische prestaties maakt kritiek op historische ongelijkheid niet ongeldig.

Je kunt dus tegelijk vinden dat eerdere generaties mannen erkenning verdienen voor zwaar werk, én erkennen dat vrouwen lange tijd minder maatschappelijke mogelijkheden hadden.

Precies die nuance mist volgens Hans vaak.

‘Waarom lijkt het altijd mannen versus vrouwen te moeten zijn?’

Daarmee komt hij bij wat hem het meest dwarszit.

“Ik begrijp niet waarom alles tegenwoordig een wedstrijdje moet zijn,” zegt hij. “Mannen versus vrouwen, links tegen rechts, wit tegen zwart. We wonen allemaal in hetzelfde land.”

Toch weet Hans dat vooral zijn opmerking over ‘liberale vrouwen die meer respect voor witte mannen moeten hebben’ olie op het vuur zal gooien.

Die woorden slikt hij niet in.

“Respect werkt twee kanten op. Ik heb respect voor wat vrouwen hebben bereikt. Dan is het toch niet gek om te vragen dat er ook erkenning is voor wat generaties gewone mannen hebben gedaan?”

En daarmee is de discussie weer helemaal los.

Heeft Hans een punt en laten we de kritiek op witte mannen doorschieten? Of romantiseert hij een verleden waaraan veel meer groepen hebben bijgedragen?