Een trotse Taycan-bezitter bracht zijn volledig elektrische Porsche voor de allereerste onderhoudsbeurt naar de dealer en schrok zich rot van de uiteindelijke kosten. Dat moment laat opnieuw zien wat je in het echt kwijt kunt zijn aan een EV, zeker als je het afzet tegen een benzine- of dieselauto. Zijn verhaal geeft je een helder beeld van wat er allemaal bij komt kijken als je elektrisch gaat rijden.
Lee, de eigenaar en maker van het YouTube-kanaal The MacMaster, vertrok met gezonde twijfel richting Porsche Centre Leeds. Hij had al langer zijn bedenkingen bij de beloofde besparingen en voordelen van EV’s, vooral als je naar de portemonnee kijkt.
Zijn Taycan had inmiddels bijna 32.000 kilometer gelopen, dus een grote beurt was onvermijdelijk. Omdat een elektrische auto minder bewegende delen heeft, verwachtte hij een relatief zachte rekening. Maar al snel merkte hij dat het onderhoud veel verder gaat dan alleen “de accu controleren”.
Volgens Lee vragen meerdere onderdelen om regelmatige check-ups. Denk aan banden die door het forse gewicht van de Taycan sneller slijten. Bij de dealer kreeg hij het gevoel dat elektrisch niet per se synoniem is met weinig onderhoud.

Kosten die je bij elektrisch rijden niet meteen ziet
Toen de rekening kwam, voelde Lee zich bevestigd in zijn twijfels. Voor de service alleen moest hij $925 betalen, zo’n €850. Met de nieuwe banden erbij tikte het totaal door naar $1.851, ongeveer €1.700.
Dat ligt een stuk hoger dan de $864 (€800) die hij doorgaans kwijt was aan onderhoud van zijn Porsche Boxster op benzine. Zijn ervaring laat zien dat EV’s, ondanks hun groene imago, niet automatisch goedkoper zijn in dagelijks gebruik en onderhoud.
Wat hem vooral verraste was hoeveel er bij een onderhoudsbeurt van een EV komt kijken. Geen motorolie of uitlaat, oké, maar wel controles van onder meer het koelsysteem van het accupakket, de elektromotor(en) en allerlei specifieke EV-techniek. Tel daarbij op dat remmen en vooral banden harder werken door het hogere gewicht, en je hebt sneller en vaker vervangingskosten.
Daar komen de laadkosten nog bovenop. Heb je thuis een laadpunt en rijd je voornamelijk korte stukken, dan kan elektrisch rijden voordelig uitpakken. Maar rij je veel lange afstanden of ben je aangewezen op publiek (snel)laden, dan kunnen de kosten vlot oplopen. Volgens Lee maakt juist die mix van stevige serviceprijzen en duurdere laadsessies een EV minder aantrekkelijk dan vaak wordt voorgespiegeld.
De Porsche Taycan blijft een schitterende en razendsnelle auto, maar Lee’s ervaring prikt door het glanzende plaatje heen. Elektrisch wordt vaak als dé toekomst neergezet, alleen vormen de aanschafprijs, onderhoud en laadinfrastructuur voor veel mensen nog steeds een financiële drempel. Als je vooral wilt besparen, kan een EV soms zelfs duurder zijn dan een traditionele auto.
Belangrijk is wel hoe je de auto gebruikt. Voor stadsritten en dagelijks woon-werkverkeer—zeker met goedkope stroom thuis—kan elektrisch echt schelen. Maak je echter vaak lange trips of vertrouw je vooral op snelladers, dan kunnen de maandlasten sneller stijgen dan je denkt.
Lee’s verhaal schetst zo een nuchter beeld van wat er bij een EV komt kijken. De techniek is indrukwekkend en de milieuwinst kan groot zijn, maar dat betekent niet dat elektrisch voor iedereen de beste of goedkoopste keuze is. Zijn conclusie is duidelijk: elektrisch is hip en innovatief, alleen niet per se vriendelijk voor je budget. Rij je veel kilometers of hecht je sterk aan lage onderhoudskosten, dan kan een traditionele auto voor jou logischer zijn.



