De keiharde keuze van Arno (18): niet strijden voor een land dat hem geen toekomst biedt

De spanningen tussen Rusland en het Westen domineren het Europese gesprek. Nederland pompt miljarden in Defensie en rekent op een toekomst waarin extra militairen nodig kunnen zijn. Jongeren worden daarbij steeds nadrukkelijker betrokken bij plannen om de krijgsmacht te laten groeien.

Maar wat als veel jongeren daar helemaal geen trek in hebben?

De verzonnen 18-jarige Arno zegt het onverbloemd: ‘Waarom zou ik vechten voor een land dat mij geen perspectief geeft?’

Die uitspraak raakt aan meer dan alleen oorlog en veiligheid. Want wat mag een land van zijn jongeren verwachten als diezelfde jongeren moeite hebben om op eigen benen te staan?

Voor Nederland vechten, maar je kunt geen woning betalen?

Voor veel jongeren voelt een eigen plek als iets onbereikbaars.

Koopprijzen zijn torenhoog, betaalbare huur is schaars en voor een hypotheek heb je vaak een fors salaris nodig.

Cijfers van het CBS laten zien dat steeds meer jongvolwassenen noodgedwongen bij hun ouders blijven wonen. Niet per se omdat ze dat leuk vinden, maar omdat er simpelweg geen passende woning is.

Daar wringt het, zou Arno zeggen.

Van je wordt verwacht dat je studeert, werkt, belasting betaalt en meedraait in de samenleving.

Maar zodra je een zelfstandig leven wilt opbouwen, loop je tegen muren op.

En ondertussen gaat het ook nog over de mogelijkheid dat jongeren in uitzonderlijke situaties verplicht kunnen worden om bij Defensie te dienen.

Hoe fair is het om enorme offers te vragen als je zelf nauwelijks perspectief ziet?

Onrust door Rusland zorgt voor onzekerheid

Sinds de Russische inval in Oekraïne is de veiligheidssituatie in Europa flink verschoven.

NAVO-landen steken meer geld in hun krijgsmacht en bereiden zich voor op mogelijke dreigingen.

Ook Nederland wil meer militairen en reservisten aantrekken.

Daarom werkt Defensie aan een nieuw systeem zodat jongeren laagdrempelig kunnen kennismaken met opleidingen en functies.

Vrijwilligheid is nog steeds het uitgangspunt.

Toch kijkt de regering ook naar opties om in een zware crisis uiteindelijk een selectieve opkomstplicht te kunnen invoeren.

Dat betekent niet dat jongeren nu opeens naar het front gestuurd worden. De opkomstplicht ligt sinds 1997 stil.

Maar alleen al het idee van een mogelijke verplichting roept stevige vragen op.

Waar is het saamhorigheidsgevoel gebleven?

Nog iets dat meespeelt: hoe verbonden voel je je met Nederland?

Om bereid te zijn iets groots op te geven, moet je je wel thuis voelen bij het land waarvoor je dat doet.

En juist dat gevoel staat volgens critici onder druk.

Over van alles en nog wat is er polarisatie: migratie, wonen, klimaat, koopkracht, politiek—het botst geregeld.

Op sociale media vliegen tegenpolen elkaar voortdurend in de haren.

Dan rijst de ongemakkelijke vraag: hoe bouw je aan een nationaal wij-gevoel als mensen elkaar in het dagelijks leven steeds minder lijken te vinden?

Tegelijkertijd zijn er genoeg Nederlanders die zich juist heel betrokken voelen bij hun buurt en graag klaarstaan voor anderen.

Of de saamhorigheid echt is afgenomen, hangt af van het onderzoek en van welke groep je bekijkt.

Maar de vraag hoe je jongeren betrokken houdt bij de samenleving blijft net zo urgent.

Jongeren schuiven steeds vaker keuzes vooruit

Een huis kopen is lastig. Betaalbaar huren ook.

Daardoor wonen veel jongeren langer thuis. Samenwonen of aan kinderen beginnen wordt uitgesteld.

Financiële stabiliteit is bovendien niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Als je daarmee worstelt, kan een oproep om bij te dragen aan de nationale veiligheid dubbele gevoelens oproepen.

Je kunt prima zien hoe belangrijk veiligheid is, en tegelijk vinden dat de overheid meer moet doen om jouw vooruitzichten te verbeteren.

Die twee dingen kunnen prima naast elkaar bestaan.

Maar wie verdedigt Nederland als niemand wil?

Er is ook een andere kant.

Veiligheid in Nederland is niet gegarandeerd.

Zonder mensen die willen dienen—militairen, reservisten en anderen—wordt het lastiger om die veiligheid te waarborgen.

Defensie beschermt niet alleen de overheid, maar juist ook de bevolking, de democratische rechtsstaat en de vrijheden waar je dagelijks gebruik van maakt.

Ook jongeren profiteren daarvan.

Voor wie bewust voor een militaire loopbaan kiest, kan dienen bij Defensie juist een manier zijn om verantwoordelijkheid te nemen en iets terug te doen voor de samenleving.

De vraag is dus niet alleen wat Nederland aan jongeren biedt, maar ook hoeveel verantwoordelijkheid burgers zelf voelen voor de veiligheid van hun land.

Het gesprek gaat over veel meer dan alleen het leger

Het standpunt van de fictieve Arno raakt aan iets groters.

Hoe ziet de wederzijdse verantwoordelijkheid tussen een land en zijn inwoners eruit?

Mag de overheid van jongeren verwachten dat ze in een noodsituatie risico’s nemen voor het land?

En wat is dan de plicht van diezelfde overheid om te zorgen voor betaalbare woningen, goed onderwijs en echte kansen op zelfstandigheid?

Daarover zul je in Nederland heel verschillende antwoorden horen.

Voor de een weegt nationale verdediging altijd het zwaarst. Voor de ander begint betrokkenheid bij het gevoel dat er ook toekomst voor jou is.

Een vraag die Nederland niet kan wegduwen

De komende jaren zal er waarschijnlijk vaker gepraat worden over defensie, paraatheid en de rol van jongeren.

Maar bij dat gesprek horen net zo goed thema’s als woningnood, bestaanszekerheid en vertrouwen in elkaar.

Nationale veiligheid draait namelijk niet alleen om tanks, vliegtuigen en militairen.

Het gaat óók om de samenleving die je ermee wilt beschermen.

En precies daar komt de vraag terug die het fictieve verhaal van Arno stelt:

Als Nederland jongeren ooit om een groot offer vraagt, wat mogen zij dan op hun beurt van hun land terugverwachten?